Les relais U20 ont illuminé le stade avec deux nouveaux records de Belgique sur 4×100 m, tandis que Michael Obasuyi a frappé un grand coup sur les haies avec la meilleure performance européenne de l’année.
© Copyright protected pictures by Agones-media

Les Belgian Falcons et les Belgian Rockets n’ont pas manqué leur rendez-vous.
Dès samedi, les Belgian Rockets, composées de Lore Foesters, Lauren Petroci-Coninx, Martha Geerardyn et Ine Impens, ont réalisé les minima pour les championnats du monde U20, s’emparant par la même occasion du record national U20 en 44.67. Dimanche, elles ont remis le couvert. Ilona Dhaenens a pris la place d’Ine Impens et les filles ont amélioré une nouvelle fois le record pour le porter à 44.63.
Samedi, les Falcons, avec Rafael Franzini, Robin Quenoi, Sam Vandooren et Jaden Cooley, ont franchi la ligne en 40.26, soit à 6 centièmes des minima pour les Mondiaux U20. La deuxième chance a été la bonne puisque dimanche, Robin Quenoi, Rune Vandezande, Jari De Proft et Lucas Van Nespen ont battu le record de Belgique U20 avec un chrono de 39.91. Ils obtiennent eux aussi leur ticket pour Eugene.

Sur 100 m, Bright Otiora continue lui aussi de faire parler de lui. Une semaine après son impressionnant 10’’41, le jeune sprinteur disputait ses premières courses sur le sol belge et a coupé la ligne en 10.49 à deux reprises. Ibrahim Camara a également marqué les esprits avec un très solide 10.35 qui lui permet de grimper à la quatrième place belge de tous les temps chez les espoirs. Chez les femmes, Rani Vincke a signé son meilleur chrono de la saison en 11.42.
Pour sa rentrée sur 400 m, Helena Ponette a signé un solide 51.15, tout près de son record personnel. Une entrée en matière déjà très prometteuse, même s’il lui faudra encore grappiller quelques dixièmes pour aller chercher les minima européens fixés à 50.88.
Jonathan Sacoor avait lui aussi les minima du championnat d’Europe dans le viseur. Avec un chrono de 45.26, le Belge s’en rapproche très sérieusement (45.15). Déjà qualifié pour l’Euro, Dylan Borlée a lui aussi lancé sa saison de manière encourageante. Le Belge a bouclé son tour de piste en 45.49 et peut aborder la suite avec confiance.
Le 800 m faisait partie des courses attendues de la soirée. Liselot Smolders s’est rapidement installée derrière la meneuse d’allure avant de payer légèrement ses efforts dans le dernier tour. Elle termine finalement en 2:01.49 dans une course de haut niveau remportée sous les deux minutes. Elena Kluskens s’est elle aussi illustrée en améliorant son record personnel avec un solide 2:02.85.

Chez les hommes, Tibo De Smet a pris la sixième place en 1:45.49. Ruben Verheyden, lui, repart avec des motifs de satisfaction après avoir signé le deuxième meilleur chrono de sa carrière en 1:46.11.
Malgré des conditions encore lourdes en soirée, Lisa Rooms a tenté de partir à la chasse aux minima européens. Elle boucle malgré tout la course en 15:10.63, soit le deuxième meilleur temps de sa carrière. Chez les hommes, les records personnels se sont enchaînés. Robbe Camphens a été le plus rapide des Belges avec un excellent 13:43.26. Noah Konteh et Yorick Van De Kerkhove ont eux aussi battu leur record avec respectivement 13:45.42 et 13:45.75.
Très attendu pour ses débuts sur la distance, Ilyès Druez a longtemps semblé capable d’aller chercher les minima pour les Mondiaux juniors avant de coincer dans le dernier tour. Il termine finalement en 13:51.23, à quatre secondes de la limite. Une performance qui le propulse déjà parmi les quatre meilleurs juniors belges de l’histoire.
Obasuyi en grande forme
Le grand bonhomme du week-end reste toutefois Michael Obasuyi. Déjà très rapide en séries du 110 m haies (13.26), le Belge a encore accéléré en finale pour signer un énorme 13.22. Il échoue à seulement trois centièmes de son record personnel et s’offre surtout la meilleure performance européenne de la saison. Elie Bacari a réalisé un temps de 13.48.
Sur 400 m haies, Paulien Couckuyt a signé une victoire convaincante en 55.07. Chez les hommes, Mimoun Abdoul Wahab a montré de belles choses avec un chrono de 50.03, tandis que Julien Watrin a terminé en 50.55. Le junior Lucas Cordonnier a battu son record personnel (51.33), ce qui le rapproche progressivement des minima mondiaux U20 fixés à 50.72.
Le 1500 m féminin a offert l’une des belles histoires de la soirée avec le retour au premier plan de Marie Bilo. Longtemps freinée par les blessures, elle a signé un solide 4:13.75 grâce à une fin de course impressionnante. Chez les hommes, Ziad Audah a amélioré son record personnel en 3:40.40.
Sur 200 m, Delphine Nkansa a pris une belle deuxième place en 23.26. Emiel Botterman a explosé son record personnel pour le porter à 23.70.

Enfin, le 3000 m steeple n’a pas vraiment souri aux Belges. Tim Van de Velde est resté loin de ses standards, tandis que Jolien Van Hoorebeke a profité de la course pour battre son record personnel en 10:22.76.
Belgian Falcons en Rockets pakken WK-ticket en breken U20-records op de IFAM
De Belgian Falcons en de Belgian Rockets hebben hun afspraak niet gemist.
Al op zaterdag behaalden de Belgian Rockets, bestaande uit Lore Foesters, Lauren Petroci-Coninx, Martha Geerardyn en Ine Impens, de minima voor het WK U20. Daarbij verbeterden ze meteen ook het Belgische U20-record tot 44.67. Op zondag deden ze daar nog een schepje bovenop. Ilona Dhaenens nam de plaats in van Ine Impens en de meisjes scherpten het record opnieuw aan tot 44.63.
Op zaterdag kwamen de Falcons, met Rafael Franzini, Robin Quenoi, Sam Vandooren en Jaden Cooley, over de finish in 40.26, amper zes honderdsten boven de WK-minima U20. De tweede kans bleek de goede, want op zondag verbraken Robin Quenoi, Rune Vandezande, Jari De Proft en Lucas Van Nespen het Belgische U20-record met een chrono van 39.91. Ook zij verzekerden zich van een ticket voor Eugene.
Op de 100 meter blijft ook Bright Otiora indruk maken. Een week na zijn knappe 10’’41 liep de jonge sprinter zijn eerste wedstrijden op Belgische bodem en klokte hij twee keer 10.49. Ook Ibrahim Camara maakte indruk met een sterke 10.35, goed voor de vierde Belgische prestatie aller tijden bij de beloften. Bij de vrouwen liep Rani Vincke haar beste seizoenstijd met 11.42.
Bij haar seizoensdebuut op de 400 meter liep Helena Ponette een sterke 51.15, vlak bij haar persoonlijk record. Een veelbelovende start van het seizoen, al zal ze nog enkele tienden moeten afsnoepen om de Europese limiet van 50.88 te halen.
Ook Jonathan Sacoor had de EK-limiet in het vizier. Met een chrono van 45.26 komt de Belg heel dicht in de buurt van de vereiste 45.15. Dylan Borlée, die al geplaatst is voor het EK, begon zijn seizoen eveneens op een positieve manier. De Belg werkte zijn ronde af in 45.49 en kan met vertrouwen vooruitkijken.
De 800 meter behoorde tot de meest verwachte races van de avond. Liselot Smolders nestelde zich snel achter de gangmaakster, maar betaalde in de laatste ronde wat voor haar inspanningen. Uiteindelijk finishte ze in 2:01.49 in een wedstrijd van hoog niveau die onder de twee minuten werd gewonnen. Ook Elena Kluskens liet zich opmerken door haar persoonlijk record aan te scherpen tot een sterke 2:02.85.

Bij de mannen eindigde Tibo De Smet als zesde in 1:45.49. Ruben Verheyden hield dan weer een goed gevoel over aan zijn race dankzij de tweede snelste tijd uit zijn carrière: 1:46.11.
Ondanks de nog zware omstandigheden in de avond ging Lisa Rooms op jacht naar de Europese minima. Ze finishte uiteindelijk in 15:10.63, de tweede beste tijd uit haar carrière. Bij de mannen sneuvelden de persoonlijke records één na één. Robbe Camphens was de snelste Belg met een uitstekende 13:43.26. Ook Noah Konteh en Yorick Van De Kerkhove verbeterden hun persoonlijke records met respectievelijk 13:45.42 en 13:45.75.
Voor zijn debuut op deze afstand werd Ilyès Druez sterk verwacht. Lange tijd leek hij op weg naar de WK-limiet bij de junioren, maar in de laatste ronde moest hij terrein prijsgeven. Uiteindelijk finishte hij in 13:51.23, vier seconden boven de limiet. Toch stoot hij daarmee al door naar de top vier van beste Belgische junioren aller tijden.

Obasuyi in topvorm
De grote man van het weekend was echter Michael Obasuyi. Na een snelle 13.26 in de reeksen van de 110 meter horden ging de Belg in de finale nog sneller met een indrukwekkende 13.22. Daarmee strandde hij op slechts drie honderdsten van zijn persoonlijk record en zette hij bovendien de beste Europese seizoensprestatie neer. Elie Bacari klokte af in 13.48.
Op de 400 meter horden boekte Paulien Couckuyt een overtuigende overwinning in 55.07. Bij de mannen liet Mimoun Abdoul Wahab mooie dingen zien met een chrono van 50.03, terwijl Julien Watrin finishte in 50.55. Junior Lucas Cordonnier verbeterde zijn persoonlijk record tot 51.33, waardoor hij stilaan dichter bij de WK-limiet U20 van 50.72 komt.

De 1500 meter bij de vrouwen zorgde voor één van de mooiste verhalen van de avond dankzij de terugkeer van Marie Bilo aan de top. Lange tijd werd ze afgeremd door blessures, maar nu liep ze een sterke 4:13.75 dankzij een indrukwekkende eindsprint. Bij de mannen verbeterde Ziad Audah zijn persoonlijk record tot 3:40.40.
Op de 200 meter pakte Delphine Nkansa een knappe tweede plaats in 23.26. Emiel Botterman verpulverde zijn persoonlijk record en bracht het op 23.70.
Tot slot bracht de 3000 meter steeple weinig geluk voor de Belgen. Tim Van de Velde bleef ver onder zijn normale niveau, terwijl Jolien Van Hoorebeke haar persoonlijk record verbeterde tot 10:22.76.