In Aalst, in het hart van Vlaanderen, woont en traint Mariska Parewyck, in het dorp Erpe. Haar echtgenoot Kim Barbé – bekend en gerespecteerd in de Belgische elite-atletiek – heet je welkom in hun woning. Samen bouwden ze een unieke weg uit, gedreven door hun gedeelde passie voor topsportatletiek.
© Tekst : Laura Vandormael / Foto’s : Agones_media

De slanke maar snelle verschijning van Mariska en de atletische mijlpalen van haar man zijn bekend bij velen. Maar wie had gedacht dat deze 36-jarige moeder zou uitgroeien tot een prominente figuur in het Belgisch middellangeafstandslopen?
Sinds haar indrukwekkende comeback op de piste in 2020 verbetert ze jaarlijks haar persoonlijke besttijd, zowel op de 800 m als op de 1500 m. Een ontmoeting met een vrouw die zich volledig geeft aan haar passie voor hardlopen – met vuur, liefde en veerkracht.
Van haar eerste stapjes in de lokale club naar nationale kampioenschappen
Mariska zette haar eerste spikes aan op haar dertiende, nadat ze modderige rugbyvelden had doorkruist die haar atletisch talent niet tot zijn recht brachten. Toen was ze nog een miniem, wonend in Dendermonde. Logischerwijs sloot ze zich aan bij de club in Lebbeke, waar Robert Moriau en Marc Bogaert haar eerste coaches waren.
Aan de andere kant van de piste trainden de atleten van de charismatische coach Frankie De Feyter – bekend om zijn grote zwarte hoed en indrukwekkende staat van dienst. Hij begeleidde Mariska vanaf het begin tot 2013. Al vroeg ontdekte ze haar snelheid en uithoudingsvermogen – perfect voor de dubbele ronde. De 800 m werd haar discipline. “De 800 is als sprinten. Je denkt niet na. Het zijn gewoon twee ronden op de baan.” Ze trainde hard, met focus op kwaliteit en intensiteit. “Ik concentreerde mij op de 800 meter en trainde constant heel intensief. Bij elke training leed ik. Ik liep niet veel kilometers, maar steeds op hoge snelheid. Altijd snel, snel, snel.”
Het hoogtepunt van haar samenwerking met Frankie kwam in 2011: een Belgische topchrono van 2.04,42 en de titel van nationaal kampioene bij alle categorieën – een bron van trots, vooral na meerdere tweede plaatsen achter Charlotte Debroux. “Uit die jaren leerde ik dat ik geduld moest hebben, dat jezelf telkens overtreffen niet altijd nodig is om sneller te worden. En dat hardlopen gewoon hardlopen is. Een slechte race is geen ramp. Ik heb de tijd om te presteren.”


Een nieuw hoofdstuk na de dertig
In 2015 beëindigde Mariska haar carrière toen ze zwanger was van haar eerste dochter Yasmine. Ze koos voor een eenvoudiger leven, gericht op haar gezin eerder dan trainingen. Toch bleef ze via Kim verbonden met de atletiek: hij werd vader én coach. De atleten in zijn trainingsgroep – onder anderen Justine Tinck, Marius Debruyn en Ruben Verheyden – maakten vooruitgang.
Kim ontwikkelde een nieuwe trainingsstrategie: evenwichtig, gecontroleerd, met meer aandacht voor duurvermogen. Dankzij lactaatmetingen vond hij de ideale balans tussen snelheid en uithoudingsvermogen. Zo hielp hij atleten naar succes: Ruben Verheyden werd U23-Europees kampioen in 2021.
De comeback met resultaat
Geïnspireerd door de jonge talenten besloot Mariska in 2020 – na drie zwangerschappen – terug te keren in de competitie. Ze was 31, een leeftijd waarop veel atleten stoppen. Haar herstart was intens, maar gemotiveerd. Ze schreef zich in voor het nationale kampioenschap zonder hoge verwachtingen. Toch bracht haar strijdmentaliteit haar tot de finaleronde: daar veroverde ze zilver achter favoriet Renée Eykens, en tikte af op 2.05 – bijna haar record uit 2011! Ze noemde deze race een “mindset breaker”.
Kim herinnerde zich: “Dat gaf haar het bewijs dat een terugkeer op topniveau mogelijk was. Het was geen comeback, maar een openbaring.” Vanaf dat moment wou ze meer: meer records, meer persoonlijke uitdagingen.
Vurige snelheid op de baan
In volledige harmonie met Kim ontdekte Mariska dat ze ook talent had voor langdurig werk. Haar mindset veranderde: ze werd zelfverzekerder, rijper en sterker in haar geloof in eigen kunnen. Ze was doelgericht: elke start betekende snelheid zonder aarzeling. Gul in inspanning en ambitieus in tempo – haar durf matchte haar hartstocht. “Je moet proberen. Je moet durven zo snel mogelijk te lopen, zonder te rekenen. Observeer wat de concurrenten doen. Just go for it and run.” Tussen haar 32e en 36e bleef ze verbeteren – waar velen afbouwen.

Tijdverlies tussen de inspanningen bleef toenemen met de jaren, maar niets stopte haar groei. Ze experimenteerde succesvol met de 1500 m, die ze aanvankelijk vermeed. Haar uithoudingsvermogen bracht nieuwe mogelijkheden. In 2025 behaalde ze ongeëvenaarde resultaten voor een “jonge master” met 2:01.54 op de 800 m en 4:08.46 op de 1500 m – prestaties die nationaal en zelfs internationaal opvallen.
Van pistelaatlete tot cross‑countrywoman
Haar eerste internationale selecties kwam via crosscountry: België werd vertegenwoordigd in Turijn (2022) en Antalya (2024) – met de aflossingsteam. De eerste editie deelde ze met haar trainingspartner Ruben Verheyden. Crosspain: puur en los van chrono. In de korte cross herontdekte Mariska zichzelf, die als tiener niet van modderpaden hield. Dankzij Kim en zijn groep transformeerde ze zich. “In Turijn voelde ik geen druk. Ik wilde gewoon lopen. Mijn eerste selectie in het Belgische team op 34 jaar was fantastisch,” aldus de ex-kampioene van België.
Atlete en moeder van atletes: een ware “Athletic Family”
Het is zeldzaam om na een gezin alsnog te presteren op topniveau. Mariska en Kim zijn ouders van drie dochters – Yasmine, Juliette en Estée – allen gepassioneerd door hardlopen op lange afstand. “Mama, heb je mijn tijd gezien?” vragen ze soms. Ze volgen de resultaten van hun mama en vergelijken ze met hun eigen chrono’s. Voor Mariska is sport uiteindelijk een familiezaak.

In een land waar vrouwen in het lange afstandslopen lange tijd werden onderschat of uitgesloten van internationale selecties, is het ironisch dat een moeder nu tot de beste Belgische middellangeafstandloopsters behoort. Misschien zijn die familiale wortels juist de basis van haar wijsheid en vertrouwen in deze veeleisende sport. Haar voorbeeld bewijst dat moederschap en sportieve ambitie elkaar niet uitsluiten.
Haar tweede familie is haar trainingsgroep. Ze is vaak haas voor de zussen Kluskens wanneer ze zich willen kwalificeren of records willen vestigen. “Voor de atleten van mijn trainingsgroep zou ik alles doen,” zegt Mariska. Haar zorg voor anderen weerspiegelt haar werk als verpleegkundige: “Ik hou ervan mensen te helpen.”
Dit weekend loopt ze de 1500 m op het Belgisch Kampioenschap. Nog vóór de records of medailles telt voor haar de innerlijke drang om zichzelf opnieuw te overtreffen – puur uit liefde voor de sport. “It’s my life!”


